NIEUWS

Wet aanpak schijnconstructies: groot risico voor opdrachtgevers.

+ 08.07.2015 | Author: Huibert-Jan van Roest

Tussen al het nieuws rondom de invoering van de nieuwe ontslagregels, heeft een andere belangrijke wetswijziging wat minder aandacht gehad in het nieuws. De Wet Aanpak Schijnconstructies (WAS) is eveneens op 1 juli jl. in werking getreden. Onderdeel daarvan is de uitgebreide ketenaansprakelijkheid voor opdrachtgevers. In dit artikel bespreek ik kort het nieuwe artikel 7:616a BW, waarin deze ketenaansprakelijkheid is vastgelegd. Het doel van de wet is het tegengaan van door werkgevers opgezette schijnconstructies, om arbeidswetgeving te ontlopen. Evenwel heeft de wet ook de nodige gevolgen voor de (professionele) opdrachtgever, zoals opdrachtgevers in de bouw.

Het nieuwe artikel 7:616a BW bepaalt dat de  opdrachtgever náást de werkgever aansprakelijk is voor de voldoening van het aan de werknemer verschuldigde loon, indien arbeid wordt verricht ter uitvoering van een overeenkomst van opdracht of aanneming van werk. Dat betekent dat de opdrachtgever die (bijvoorbeeld) een onderneming inhuurt om een gebouw neer te zetten, het potentiële risico loopt dat hij geconfronteerd wordt met een forse loonvordering, wanneer de opdrachtnemer blijkt de lonen van haar werknemers niet te (kunnen) voldoen.

De opdrachtgever is alleen dan niet aansprakelijk wanneer hij aannemelijk maakt dat hem, gelet op de omstandigheden van het geval, niet kan worden verweten dat het loon, niet is voldaan. De wet is zo geformuleerd dat het aan de opdrachtgever is om te stellen (en te bewijzen!) dat hem geen verwijt te maken valt. Het is als professionele opdrachtgever dan ook aan te raden om na te gaan of uw opdrachtnemer in staat is om zijn personeel te blijven betalen en – zeker wanneer er grote belangen op het spel staan – ook maatregelen te treffen dat zulks ook daadwerkelijk gebeurt. Van een opdrachtnemer zou bijvoorbeeld een bankgarantie kunnen worden verlangd om loonkosten te kunnen voldoen.