NIEUWS

Kantonrechter beoordeelt proeftijdbeding in het licht van de WWZ.

+ 05.06.2015 | Author: Huibert-Jan van Roest

Deze week verscheen er een uitspraak van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland, waarin een arbeidsovereenkomst een rol speelde die in 2015 – na het ingaan van de eerste fase Wet Werk en Zekerheid (WWZ) – was gesloten. De arbeidsovereenkomst was op gesloten, nadat er op 1 januari van dit jaar nieuwe regels op het gebied van proeftijd waren ingegaan. De arbeidsovereenkomst had een duur van 6 maanden en een proeftijd van 1 maand.

De werkgever had de werknemer op de laatste dag van zijn proeftijd ontslagen, zonder opzegvergunning van het UWV. De werknemer claimde in kort geding loondoorbetaling en wedertewerkstelling, omdat het proeftijdbeding nietig zou zijn. De kantonrechter gaf de werknemer gelijk. Hij oordeelde als volgt:

Sinds 1 januari 2015 luidt artikel 7:652 lid 4 BW als volgt: “Er kan geen proeftijd worden overeengekomen indien de arbeidsovereenkomst is aangegaan voor ten hoogste zes maanden.” Nu partijen per 1 maart 2015 een arbeidsovereenkomst van niet meer dan zes maanden zijn aangegaan, konden zij niet rechtsgeldig een proeftijd overeenkomen.

Deze niet al te verrassende uitspraak had eenvoudig voorkomen kunnen worden, wanneer de werkgever zich bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst gerealiseerd had dat er andere regels in werking waren getreden. Werkgevers doen er dan ook goed aan wanneer zij ervoor zorgen dat hun arbeidsovereenkomsten “WWZ-proof” zijn.

Uitspraak: ECLI:NL:RBMNE:2015:3460