NIEUWS

De gevolgen van de Wet Werk en Zekerheid voor het onderwijs.

+ 06.05.2015 | Author: Teunis Broer

Per 1 juli 2015 zullen de meest ingrijpende wijzigingen binnen Wet Werk en Zekerheid (WWZ) in werking treden. Een groot aantal van die wijzigingen zullen (aanzienlijke) gevolgen gaan hebben voor het onderwijs. Het ontslagrecht wijzigt, en er zijn veranderingen op het gebied van tijdelijke contracten en vervangingen. In deze blog wil ik inzoomen op de wijziging van de ketenregeling en het ontslagrecht en de gevolgen daarvan voor het primair en voortgezet onderwijs.

Ketenregeling

Eén van de doelstellingen van de WWZ is ervoor zorgen dat er minder flexibele contracten zijn. Het kabinet wil namelijk dat werknemers eerder in vaste dienst komen. Om die doelstelling te verwezenlijken, wordt per 1 juli 2015 de huidige ketenregeling drastisch gewijzigd. Voortaan is het uitgangspunt dat een werkgever binnen een periode van maximaal 24 maanden drie opeenvolgende arbeidsovereenkomsten mag sluiten. Deze keten wordt alleen doorbroken indien er tussen elkaar opvolgende contracten meer dan zes maanden ligt. De nieuwe ketenregeling komt in het kort op het volgende neer: 3 contracten x 2 jaar x 6 maanden.

Bij cao kan de keten worden opgerekt, maar het kabinet heeft aangeven dat het oprekken van de ketenregeling slechts in een beperkt aantal gevallen is toegestaan. Dat is bijvoorbeeld het geval bij invalkrachten binnen het (primair) onderwijs. Het oprekken van de ketenregeling is wel begrensd. Zowel in duur als in aantal contracten. De periode mag worden opgerekt naar maximaal 48 maanden en het aantal contracten naar maximaal zes. De termijn van zes maanden om de keten te doorbreken kan niet worden ingekort. Het kabinet heeft de afwijkingsmogelijkheid van de ketenregeling dus overgelaten aan de cao-partijen. Op welke wijze zij dat gaan invullen is nog ongewis, temeer nu de onderhandelingen voor een nieuwe cao in zowel het primair onderwijs als het voortgezet onderwijs zijn stilgelegd.

Is een afwijking van de ketenregeling na 1 juli 2015 dan niet meer mogelijk? Jawel, mits de bestaande ketenregeling in de huidige cao van toepassing is verklaard. In dat geval blijft de ‘oude’ ketenregeling van toepassing tot maximaal 1 juli 2016 of zoveel eerder als de cao voortijdig verloopt. Deze tijdelijke escape is in de WWZ opgenomen. Met name voor het primair onderwijs is dat een oplossing, maar wel een oplossing van tijdelijke duur. De sociale partners zullen hoe dan ook met een oplossing moeten komen, want anders kan in de toekomst van de ketenregeling niet meer worden afgeweken, met alle bijkomende gevolgen van dien.

Ontslagrecht

Naast de wijzigingen binnen de ketenregeling vinden er zeer ingrijpende wijzigingen plaats op het gebied van het ontslagrecht. De meest ingrijpende wijziging is de preventieve ontslagtoets.  Waar een onderwijswerkgever nu de mogelijkheid heeft om zelf een besluit te nemen over een ontslag, zal dat na 1 juli 2015 volstrekt anders zijn. Vanaf 1 juli 2015 zal een onderwijswerkgever eerst toestemming moeten krijgen om een werknemer te ontslaan. Krijgt zij deze toestemming niet, dan blijft de werknemer onverkort in dienst. Voor het vragen van deze toestemming wil het kabinet dat de onderwijswerkgever naar het UWV of de kantonrechter gaat; afhankelijk van de aard van het ontslag. Als het aan het kabinet ligt, is er binnen de WWZ geen plaats meer voor de Commissies van Beroep. Een keuze waarvan het sterk de vraag is of deze goed is doordacht door het kabinet. De Commissies van Beroep vervullen namelijk een belangrijke rol binnen het onderwijs. In de commissies zitten deskundigen met kennis van de identiteit van de aangesloten instellingen. Met name die combinatie zorgt er voor dat er gedegen en weloverwogen beslissingen worden. Dat lijkt met de komst van de WWZ nu te gaan verdwijnen.

Om te bezien welke rol de Commissies van Beroep binnen de WWZ kunnen vervullen, heeft het Expertisecentrum van de Stichting onderwijsgeschillen een werkgroep van enkele hoogleraren opgericht om het bestaansrecht te onderzoeken. In 2014 heeft deze werkgroep een rapport uitgebracht en geadviseerd om de commissies in de huidige vorm te laten bestaan. Zij stelden voor dat de positie van de kantonrechter kan worden ingenomen door de commissie. De procedure bij een Commissie van Beroep krijgt dan de status van arbitrageprocedure. De commissie oordeelt dan als enige instantie over het ontslag.

Na bestudering van het rapport van de werkgroep heeft het kabinet aangegeven dat de WWZ arbitrage niet uitsluit. Het kabinet laat het verder aan de sociale partners over of zij een alternatieve vorm van geschillenbeslechting wil opnemen in de cao. De kans dat dat laatste voor 1 juli 2015 binnen het primair en voortgezet onderwijs gaat lukken, is vrijwel nihil nu de cao onderhandelingen in die sectoren zijn stilgelegd. Naar het zich nu laat aanzien, zullen ontslagprocedures in het onderwijs vanaf 1 juli via de kantonrechter of het UWV gaan verlopen. Dat is alleen anders als het ontslag verband houdt met de godsdienstige of levensbeschouwelijke grondslag van de instelling. Over een dergelijk ontslag mag een speciaal daarvoor opgerichte ontslagcommissie oordelen. Deze uitzondering is mijns inziens een waardevolle aanvulling, omdat een ontslag dat te maken heeft met de identiteit van de school of instelling het beste kan worden beoordeeld door deskundigen die bekend zijn met de identiteit van de instelling, zoals de juristen die zitting hebben in de huidige commissies van beroep.

Kijkend naar alle wijzigingen binnen de WWZ, dan is de slotsom dat de bijzondere positie van het onderwijs sterk wordt gewijzigd. Het lijkt er op dat de positie meer en meer wordt gelijk getrokken met de positie van werkgevers en werknemers binnen bedrijfsleven. Onderwijswerkgevers doen er dan ook goed aan om hun personeelsbeleid daarop aan te passen. Ons kantoor kan u daarbij goed adviseren.