NIEUWS

Worden uitzendkrachten de dupe van de wet werk en zekerheid?

+ 22.04.2015 | Author: Huibert-Jan van Roest

In de afgelopen dagen verschenen er diverse berichten in de media dat er op dit moment door bedrijven, waaronder ING-bank en Nationale Nederlanden, op grote schaal uitzendkrachten worden ontslagen. Dit zou te maken hebben met een regel uit de wet werk en zekerheid die vanaf 1 juli van kracht wordt. Wat is de aanleiding voor deze plotselinge “ontslaggolf”?

Vanaf 1 juli 2015 heeft iedere werknemer die langer dan 2 jaar in dienst is, en van wie het contract onvrijwillig wordt beëindigd, recht op een transitievergoeding. Deze regel geldt ook voor uitzendkrachten. Zij zijn immers ook werknemers. Wel is het zo dat de arbeidsrelatie tussen een uitzendkracht en zijn formele werkgever: het uitzendbureau, er in de regel iets anders uitziet dan die van een “gewone” werknemer.

Voor uitzendkrachten is het toegestaan een uitzendbeding in de arbeidsovereenkomst op te nemen. Een dergelijk beding bepaalt dat de arbeidsovereenkomst automatisch eindigt, wanneer de uitzendkracht niet langer wordt ingezet bij de opdrachtgever van de uitzendorganisatie, de zogeheten “inlener”. Sinds 1 januari van dit jaar, mag een uitzendbeding maar voor maximaal 78 weken worden overeengekomen (als de cao dit toestaat). Dat betekent dat de uitzendkracht vanaf dat moment op zijn minst een tijdelijke arbeidsovereenkomst heeft met het uitzendbureau, die niet zomaar eindigt wanneer de inleenopdracht wordt opgezegd.

Als de opdracht langer dan twee jaar duurt, ontstaat een probleem voor de uitzendwerkgever. Deze zal een transitievergoeding moeten betalen wanneer de opdracht ophoudt en hij geen andere arbeidsplaats heeft voor de uitzendkracht. Een situatie die zich regelmatig zal gaan voordoen, want uitzendwerk is in de regel van min of meer tijdelijke aard. Uitzendbureaus zullen de in dat geval te betalen transitievergoeding rechtstreeks willen doorberekenen aan hun opdrachtgever, of in hun tarieven moeten verwerken.

Het lijkt erop dat de opdrachtgevers willen voorkomen dat die vergoeding straks betaald moet worden aan de uitzendkrachten die nu al enige tijd geplaatst zijn. Op de korte termijn zorgt dat er voor dat opdrachtgevers aan de transitievergoeding ontkomen. De minister hoopt echter dat er na 1 juli, op de langere termijn, een cultuuromslag gaat plaatsvinden bij werkgevers. Ik verwacht dat deze er wel in enige mate zal komen. Immers, zo nu en dan een transitievergoeding betalen is wellicht financieel voordeliger dan het voortdurend aannemen en inwerken van nieuwe uitzendkrachten.