NIEUWS

Hof matigt boetebeding in huurcontract

+ 04.02.2015 | Author: Marc Langerak

Een verhuurder bracht voor ruim € 60.000,- aan contractuele boetes bij zijn huurder in rekening omdat de huurder achterliep met huurbetalingen. Deze contractuele boete betrof een veelvoud van de huurachterstand en de huurder verzocht daarom de rechter om de boete te matigen. Dit verzoek werd in hoger beroep gehonoreerd in een recente uitspraak van het Hof Arnhem-Leeuwarden.

Een boetebeding in huurovereenkomsten dient enerzijds als prikkel voor de huurder om zijn verplichtingen na te komen en anderzijds dient het als schadevergoeding voor de verhuurder in geval de huurder afspraken niet naleeft. In het algemeen geldt dat een rechter niet zo snel ingrijpt in een contractueel boetebeding. Hij zal een boete slechts matigen als deze onder de gegeven omstandigheden buitensporig en daardoor onaanvaardbaar is. Of hier sprake van is hangt af van de verhouding tussen de werkelijke schade en de hoogte van de boete, maar ook de aard van de overeenkomst, het betreffende boetebeding en de omstandigheden waaronder het boetebeding is ingeroepen.

In haar uitspraak geeft het Hof een inkijkje in de concrete omstandigheden die zij laat meewegen bij haar oordeel om de contractuele boete uit een huurovereenkomst te matigen. Onder meer wijst het Hof erop dat boetebedingen vaak in algemene voorwaarden staan, welke bedoeld zijn om te worden gebruikt bij tal van huurovereenkomsten. Vaak betreft het een vast boetebedrag per maand dat ongelimiteerd doorloopt, waardoor het totale boetebedrag dat de huurder moet betalen enorm kan oplopen. Naarmate de huurprijs lager is, wordt de betekenis van de boete aldus relatief hoger. Dit kan meebrengen dat het totaal aan boetebedragen vele malen hoger is dan de schade die de verhuurder werkelijk lijdt door de betalingsachterstand. De schade van de verhuurder wegens vertraging in de huurbetaling wordt doorgaans berekend aan de hand van de wettelijke (handels)rente. Deze bedraagt momenteel ongeveer 8% op jaarbasis. Het Hof oordeelde dat er sprake was van een wanverhouding tussen werkelijke schade en het totale boetebedrag omdat het boetebedrag ruim 25 maal hoger was dan de wettelijke rentevergoeding. Het Hof matigde het totale boetebedrag tot € 4.500,- waarmee de verhuurder nog steeds een aanzienlijk hogere vergoeding kreeg dan het percentage van de wettelijke (handels)rente.

Langerak Van Roest Advocaten heeft ruime ervaring op het gebied van huurrecht. Heeft u vragen over huurrecht of kampt u met een (ver)huurder die zich niet aan een huurovereenkomst houdt? Neem contact op met Langerak \ Van Roest Advocaten en laat op efficiënte wijze uw belangen behartigen.